Iedereen kent het woord toonbank, maar welke geschiedenis schuilt er nu eigenlijk achter?
Iedere bakker, slager, dagbladhandelaar, … heeft het. Maar weten zij ook waarvoor het staat?

De Nederlandse taal schrijft dat het woord toonbank een zelfstandig naamwoord is. Het woord maakte zijn intocht in het oud Nederlands. Toen handelaars nog lang geen eigen zaak hadden en hun goederen verkochten op markten gebruikten zij letterlijk ‘banken’ om hun belangrijkste goederen op te presenteren aan de voorbijgangers. Zo sprongen de goederen die ze echt wouden verkopen er van tussenuit. Het lijkt simpel, maar toen was het toch een briljant man die het voor het eerst deed!

Vandaag de dag heeft het woord toonbank een veel bredere betekenis gekregen. Het is een balie, toog, loket, … Het woord wordt gebruikte in de context van winkelinrichting toonbank.

Het woord is met de tijd zodanig veel gebruikt dat er zelfs spreekwoorden mee gemaakt werden. Zoals bijvoorbeeld “Als warme broodjes over de toonbank gaan”, dat betekent “goed verkopen”.